De protestantse kerk van Dillenburg

Geniet van een bezoek of misschien zelfs van een rondleiding in dit mooie gebouw dat meer dan 500 jaar oud is. De kerk is aan de buitenkant laatgotisch. Binnen is de inrichting in barokke stijl uitgevoerd.

Het koor en de altaarruimte met daarboven een prachtig sterrengewelf zijn het oudste gedeelte van de kerk. Waarschijnlijk werd dit gedeelte oorspronkelijk alleen gebruikt bij begrafenissen. De eigenlijke parochiekerk stond in het dorpje Feldpach.


De runie van de oude kerk van “St. Nicolai in Feldpach”, vandaag op het kruispunt Rolfestraße / Frankestraße in Dillenburg

Het was een lange reis naar deze plaats en ook steeds meer mensen vestigden zich in de directe omgeving van de burcht. Daarom vroeg graaf Johan V bij de aartsbisschop van Trier om de parochiekerk te mogen verplaatsten naar Dillenburg. Op 3 juni 1491 werd de kerk als Johanneskerk ingewijd. Deze naam is vandaag de dag alleen nog terug te vinden in de naam van het kerkkoor: De Johanniskantorei.

De sluitsteen in het koorhoofd is een vlak reliëf en men ziet het wapen van de graven van Nassau met de Nassause leeuw. Dit wijst erop dat de graaf van Nassau schutspatroon was van de kerk. De bouw en de voltooiing van de toren duurden tot aan het begin van de zestiende eeuw. Het was bijna veertig jaar een katholieke kerk. In 1521 op de Rijksdag in Worms leerde graaf Willem de Rijke Maarten Luther kennen. Acht jaar later benoemde hij Heilmann Bruchhausen tot zijn hofkapelaan en deze verspreide de leer van Luther in het graafschap Nassau.

In de altaarruimte bevindt zich de toegang tot de vorstelijke grafkamer. Vier sarcofagen staan opgesteld in een ruimte die overdekt wordt door twee kruisgewelven. Deze ruimte werd in 1680 door Vorst Hendrik van Nassau (1641–1701) gecreëerd. Het Epitaph tegenover de grafruimte toont hem en zijn vrouw Dorothea Elisabeth (1646–1691).
In de muur achter het altaar is een paneel waarop een tekst die wijst op de grote historische betekenis van deze plek.

Grabstätte der Nassau-Dillenburger Grafen- und Fürstenfamilie
Hier ruhen die Ahnen des preußischen und holländischen Königshauses, Graf Wilhelm der Reiche, gest. 1559 und Juliane von Stolberg, gest. 1580, die Eltern Wilhelm des Schweigers, und dessen Bruder Johann VI., gest. 1606.
(Hier rusten de voorouders van het Pruisische en het Nederlandse koningshuis. Graaf Willem de Rijke, gestorven 1559 en Juliana van Stolberg gestorven in 1580. De ouders van Willem de Zwijger en zijn broer Jan de Oude gestorven 1606.)

Een bijzonder object is de grafsteen met een hart, dat zich in het koor bevindt. Graaf Johan IV (de overgrootvader van Willem van Oranje) werd in 1475 in Breda begraven, maar op zijn wens bleef het hart in zijn geboorteplaats Dillenburg.

In het midden van het plafond van de kerk is een reliëf te zien van een pelikaan met vier jongen. Dit werk in de vorm van een medaillon, stamt uit het laatste decennium van de 16e eeuw en is omringt door met de tekst:

Der Herr Christus sprengt uns mit seinem Blut, wie der Pelikan seinen Jungen thut.
(Christus geeft ons zijn bloed, zoals ook de Pelikaan bij zijn jongen doet.)

Willem de Rijke (de vader van Willem van Oranje) stichtte in 1551 op de zolder van de kerk een Latijnse school, dat zich meer dan tweehonderd jaar in de ruimte boven het kerkschip bevond. Uit deze school ontstond het huidige Dillenburgse gymnasium de “Wilhelm von Oranien Schule”.

In de jaren 1989–1990 werd de kerk gerestaureerd. Op grond van onderzoek werd door de restaurateur aanbevolen de barokke vorm binnen in de kerk te laten terugkomen. Daardoor kreeg de kerk ook het barokke orgelhuis terug dat van 1719 tot 1880 in stadskerk had gestaan.

Op 7 oktober 1990 werd het orgel weer voor het eerst bespeeld ter ere van God en tot grote vreugde van de gemeente, zoals de orgelbouwers van de firma Oberlinger uit Windes-
heim het gewenst hadden. In de 
jaren daarop werd het orgel verder uitgebreid. In 1993 werden drie extra 
registers geplaatst en in 1998 kwam er nog een engel met een bazuin bij. In 2002 werd een klein kabinetorgel ingebouwd en het jaar daarop kwam een Setzerinstallatie ( hier mee kan de organist het orgel programmeren). Ook kwam er een “Wendel-klokken-
spel”. Het kleine orgel wordt gebruikt om de gemeente bij het zingen beter te kunnen begeleiden. Vandaag de dag heeft het orgel 2800 pijpen, 46 registers en 3 toetsenborden, dat aan de allerhoogste eisen voldoet.

In 2005 werd het orgel door het inbouwen van een 32 register voltooid. Het orgel in deze kerk is nu een van de mooiste en belangrijkste van Hessen.

Tot de oude inventaris van de kerk horen ook nog een doopkan en een doopschaal, die vorst Wilhelm de goedeaan de gemeente in 1705 schonk.

Ook twee avondmaalkannen en een broodschaal uit de 17e, geschonken door Dorethea Elisabeth de moeder van vorst Wilhelm, worden nog steeds bij bepaalde gelegenheden gebruikt.

In de klokkentoren zijn drie grote stalen klokken. Het zij een B-klok, een Des klok en een Es Klok. Naast deze drie nieuwe klokken is er nog een bronzen klok uit de 16e eeuw in het klokkenspel van de kerk. Deze kostbare F-klok met een gewicht van 800 was in 1510 ter plekke gegoten. De jonge graaf Willem Rijke en zijn eerste vrouw Walpurga van Egmont waren bij de doop van deze “brandklok” aanwezig. Men noemde de klok “Walpurgisklok”en zij luidt nog altijd dagelijke om 12.00 en om 19.00 uur.

Editor: Kerkraad van de Ev. parochie Dillenburg
Tekst: Renate Schlapbach, Ursula Krug-Richter
Vertaling: Drs. Lammert Doedens